|
|
|
Atlas Onderwijs Adviesgroep |
|
|
> |
Is Atlas oag een onafhankelijk bureau? |
|
Atlas oag ontvangt geen subsidie en is financieel geheel selfsupporting. Er zijn geen banden met overheid, schoolbesturen o.i.d. Iedereen die door ons onderzoek laat doen krijgt een onpartijdig en onafhankelijk advies.
|
|
|
> |
Welke leerlingen of kinderen kunnen worden aangemeld bij Atlas oag? |
|
Wij verrichten onderzoek en geven adviezen over leerlingen/studenten in de leeftijd 12 tot 30 jaar.
|
|
|
> |
Wat voor onderzoeken kan ik bij Atlas oag aanvragen? |
|
Wij doen onderzoek op alle relevante gebieden en naar alle vragen die er zijn in de genoemde leeftijdsgroep. Bijvoorbeeld: onderzoek naar de best passende schoolsoort, onderzoek naar de best passende soort en niveau opleiding, onderzoek naar gedragsproblemen, emotionele problemen, dyslexie, hoogbegaafdheid, etc. |
|
|
> |
Wie betaalt het onderzoek? |
|
De aanvrager betaalt het onderzoek tenzij schriftelijk wordt aangetoond dat een ander (een instantie, een school) toezegt de kosten te betalen.
|
|
|
> |
Welke mensen werken er bij Atlas? |
|
Uiteraard zijn er weleens wat wisselingen in gezichten maar er werken altijd een aantal orthopedagogen en psychologen bij Atlas en er is altijd minimaal één erkende gz-psycholoog betrokken bij de advisering. 
|
|
|
|
Didactisch onderzoek (leerachterstandentoets) |
| |
|
> |
Waarom wordt een didactisch onderzoek afgenomen en welke leerlingen komen hiervoor in aanmerking |
|
In het kader van de Amsterdamse kernprocedure is het belangrijk dat leerlingen op de juiste plek het voortgezet onderwijs instromen, op het juiste niveau en met de juiste zorg, indien noodzakelijk. Leerlingen hebben recht op extra ondersteuning in het voortgezet onderwijs indien er sprake is van leerachterstanden. Deze moeten vastgesteld worden aan de hand van een didactisch onderzoek. In de kernprocedure staat welke leerlingen mee moeten doen met een didactisch onderzoek. Dat zijn leerlingen die door zullen stromen naar een Amsterdamse school voor praktijkonderwijs of vmbo beroepsgericht (zowel basis als kader) onderwijs. Bovendien moeten ook de leerlingen meedoen die door zullen stromen naar vmbo gemengd of theoretisch niveau én tevens zorg in de vorm van leerwegondersteuning nodig hebben (bijv. indien er sprake is van faalangst, zwakke motivatie, concentratieproblemen, etc.).
|
|
|
> |
Waaruit bestaat het didactisch onderzoek? |
|
Het didactisch onderzoek bestaat uit toetsen op vier leergebieden, namelijk technisch lezen, spelling, begrijpend lezen en rekenen. Deze toetsen zijn geselecteerd uit de lijst met toegestane instrumenten samengesteld door het Ministerie van Onderwijs. Het didactisch onderzoek wordt door de leerkracht of interne begeleider op school afgenomen. Atlas oag bekijkt de resultaten en stelt vast of er sprake is van een leerachterstand.
|
|
|
> |
Waarom zijn er twee versies van het didactisch onderzoek? |
|
Van het didactisch onderzoek zijn twee versies samengesteld: een Pro versie (= praktijkonderwijs) en een Lwo versie (= leerwegondersteuning). Leerlingen die vrijwel zeker doorstromen naar Pro maken de Pro versie, aangezien deze beter aansluit bij dat niveau. De Lwo versie is voor deze leerlingen te moeilijk en waarschijnlijk te frustrerend. Leerlingen die waarschijnlijk door gaan stromen naar vmbo (met leerwegondersteuning) maken de Lwo versie. Indien het van een leerling nog onduidelijk is of het niveau het beste aansluit bij Pro of Lwo kan er het beste gekozen worden voor de Lwo versie. |
|
|
>
|
Wat is een DL en een DLE? |
|
DL staat voor Didactische Leeftijd en geeft het aantal maanden aan dat een leerling onderwijs heeft gevolgd vanaf begin groep 3. Een volledig schooljaar staat voor 10 onderwijsmaanden. Aan het eind van groep 3 heeft een leerling 10 maanden onderwijs gevolgd en is de DL dus 10. Bij een doublure telt de DL door en is die 10 maanden meer dan de DL van de klasgenoten. De DL kan maximaal 60 zijn.
DLE is de Didactische Leeftijds Equivalent. Ruwe testscores van didactische toetsen worden m.b.v. scoringstabellen (DLE-boek) omgezet in DLE's. De DLE staat voor het aantal onderwijsmaanden dat een gemiddelde leerling met deze score gevolgd heeft. Bijv. indien een leerling uit begin groep 8 (DL = 51) een testscore behaalt met een DLE van 35, wil dat zeggen dat zijn prestatie overeenkomt met een gemiddelde leerling uit halverwege groep 6. Deze leerling heeft dan een leerachterstand van 16 maanden (51 – 35 = 16).
|
| |
|
| > |
Hoe wordt de leerachterstand berekend? |
| |
Om de leerachterstand in procenten te bepalen, wordt de volgende berekening gemaakt:
(1 – (DLE/DL)) x 100
Het bovenstaande voorbeeld geeft dan een leerachterstand van 31%.
(1 – (35/51)) x 100 = 31,3 |
| |
|
| > |
Kan een testscore ook buiten het DLE-bereik vallen? |
| |
Het kan voorkomen dat een leerling een score behaalt die buiten het DLE-bereik valt. Bijv. een DLE score van <26. De leerachterstand kan dan bijv. >49% zijn. De test is dan te moeilijk geweest voor de leerling en de exacte leerachterstand kan niet worden vastgesteld. Er moet dan voor dat leergebied een toets op een lager niveau gemaakt worden, zodat de leerachterstand alsnog precies kan worden vastgesteld.  |
| |
|
|
Capaciteitenonderzoek |
| |
|
> |
Welke leerlingen doen mee aan het capaciteitenonderzoek? |
|
Op basis van de resultaten op het didactische onderzoek worden leerlingen geselecteerd voor het capaciteitenonderzoek. Alleen leerlingen die op minimaal twee van de vier leergebieden een achterstand hebben van 25% of meer moeten meedoen aan het capaciteitenonderzoek. Dus leerlingen die maar op één leergebied een grote achterstand hebben, komen niet in aanmerking voor het capaciteitenonderzoek. Bovendien mag de leerachterstand niet alleen aanwezig zijn op de combinatie: technisch lezen en spelling.
|
| |
|
> |
Wat is een capaciteitenonderzoek? |
|
Een capaciteitenonderzoek bestaat uit een capaciteitentest. Een capaciteitentest meet de intellectuele capaciteiten aan de hand van een intelligentietest. De intelligentietest die gebruikt wordt is afhankelijk van de beschikbaarheid en of deze staat aangegeven op de lijst met toegestane instrumenten van het Ministerie van Onderwijs. Een intelligentietest bestaat altijd uit een aantal onderdelen waaronder een verbaal deel, een rekenkundige deel en een deel dat het ruimtelijk inzicht meet. Uit die test komt een IQ en aan de hand van de criteria die het Ministerie heeft aangegeven voor praktijkonderwijs en leerwegondersteuning kan worden bepaald welk vervolgonderwijs het beste aansluit bij deze leerling.
|
| |
|
| > |
Wie moet bij de RVC een beschikking aanvragen: de basisschool, de VO-school of de ouders? |
| |
De VO-school moet de beschikking aanvragen maar zal wel aan de basisschool vragen zoveel mogelijk gegevens aan te leveren zodat er geen vertraging ontstaat en de leerling niet per abuis bij de verkeerde soort blijkt te zijn aangemeld.
|
| |
|
> |
Hoe kom ik aan een onderwijskundig rapport? |
|
Dat wordt aan alle scholen verstrekt via het Electronisch Loket Kernprocedure en Keuzegids (ELKK). Mocht u vragen hebben over de technische procedures in het ELKK neem dan contact op met de helpdesk van het ELKK (020-552 33 37).
|
| |
|
|
NDT |
|
|
> |
Mag je de NDT ook gebruiken bij een leerling uit groep 7? |
| |
Als de leerling heeft gedoubleerd in groep 3, 4, 5, 6 of 7 en zodoende een didactische leeftijd heeft van minimaal 50 mag hij/zij meedoen aan de NDT.
|
| |
|
> |
Voor welke leerlingen is de NDT eigenlijk bedoeld? |
|
De NDT is ontwikkeld als instrument om te bepalen of een leerling naar het praktijkonderwijs, het vmbo met leerwegondersteuning of het regulier vmbo door kan stromen. De test geeft ook wel IQ's onder en boven dat gebied maar die zijn onvoldoende betrouwbaar en kunnen dus niet worden gebruikt om uitspraken te doen over bijv. doorstromen naar zmlk, havo of vwo.
Klik hier voor een toelichting op de NDT test.
|
| |
|
|
Sociaal emotioneel onderzoek (SEM) |
| |
|
> |
Wanneer moet een leerling aanvullend sociaal-emotioneel onderzoek doen? |
| |
Als de leerling een IQ heeft dat valt boven de grens die het Ministerie aangeeft voor leerwegondersteuning maar wel een leerachterstand heeft die binnen die criteria past. Oftewel: wanneer de begaafdheid geen probleem lijkt en er toch een leerachterstand is, is dat wellicht te wijten aan problemen op sociaal-emotioneel gebied. Dat kan worden vastgesteld in een sociaal-emotioneel onderzoek en dan kan de leerling alsnog in aanmerking komen voor leerwegondersteuning.
|
> |
Hoe ziet een sociaal emotioneel onderzoek eruit? |
|
Tijdens een sociaal emotioneel onderzoek wordt aan de leerlingen gevraagd enkele vragenlijsten in te vullen. De vragen hebben betrekking op de schoolsituatie, bijv. of er sprake is van faalangst. Het invullen van de vragenlijsten neemt ongeveer een uur in beslag. Hiernaast wordt vaak aan de leerkracht gevraagd een vragenlijst in te vullen over het gedrag van de leerling. Dit wordt gedaan om na te gaan of er vanuit de leerkracht gezien eventueel sprake is van sociaal emotionele problematiek.
Klik hier voor een toelichting op het sociaal emotioneel onderzoek. 
|
|
NIO |
| |
|
> |
Wat is de NIO test? |
| |
NIO staat voor Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau. Deze test wordt gebruikt om het onderwijsniveau te bepalen en kan gebruikt worden vanaf groep 8 tot en met klas 3 van het voortgezet onderwijs.
Klik hier voor een toelichting op de NIO test.
|
| |
Klik hier voor de NIO ouderbrochure.  |
| |
|
|
Dyslexie |
| |
|
> |
Wat houdt een dyslexie onderzoek in? |
| |
Een dyslexie onderzoek kan individueel of in een groep worden uitgevoerd. Voor een uitgebreide beschrijving van een dyslexie onderzoek klik op onderstaande link.
Klik hier voor een toelichting op het dyslexie onderzoek. |
| |
|
> |
Hebben jullie tips voor ouders wat betreft dyslexie? |
| |
In onderstaand document staan enkele tips voor ouders en relevante literatuur, websites en verenigingen.
Klik hier voor tips wat betreft dyslexie.  |
| |
|
| |
|